Rob Stuber wint laatste FFR

In de tijd van de LOKO-loop was Rob Stuber, in die jaren lid bij Athlos in Harderwijk, op de 5km een zekerheidje voor een van de drie podiumplekken. Tot (zoals we in een nieuwsbrief, waarin Rob zich voorstelde, konden lezen) blessures hem terug wierpen en er een ‘veroordeling’ tot de fiets volgde. En dat pakte goed uit….

Rob: “De laatste Flevo Fun Run van het jaar! Omdat het weer redelijk goed was en ik geen klusjes hoefde te doen in mijn nieuwe huis, besloot ik zaterdagavond om weer eens aan de start te verschijnen. Het is grappig hoe dingen kunnen veranderen. Vroeger, toen het nog de Lokoloop was, stond ik standaard elke tweede zondag van de maand aan de start voor de 5 km. Maar door de komst van mijn twee schatten van (kleine) kinderen en de bijbehorende tijdsdruk, schiet het er nu nog wel eens bij in. Toch blijft hardlopen in eigen dorp het leukste!

Het idee was om samen met Tom en Stefan te lopen en wellicht in de tweede ronde wat sneller te gaan als training. Zij hadden de dag ervoor al een heerlijke Run-Bike-Run gedaan, dus hun benen waren goed op spanning. Na een keurige doorkomst van 2 km in ongeveer 7:45 liepen we het bos in. Daar heb ik het nog nooit zo glad ervaren… Misschien dragen mijn carbon schoenen met foam daar ook aan bij. Na een kilometer glibberen en glijden kwamen we op de dijk, waar Karlo (de nummer 1 op de 5 km) ongeveer 200 meter voor ons liep. Ik dacht: misschien kan ik hem nog inhalen met een goede versnelling. Helaas was een harde kilometer in 3:13 niet genoeg en behield hij een keurige voorsprong van 30 meter. In de tweede ronde heb ik het gas niet meer opengegooid en ben ik lekker doorgelopen naar de finish. Het was een heerlijke loop! 

De redactie vroeg me om in te zoomen op mijn trainingen en hoe ik “in vorm” blijf. Door blessures loop ik eigenlijk nog maar één keer per week hard. Elke dinsdag doe ik bij Athlos een intervaltraining van ongeveer 5-8 km, voorafgegaan door spierversterkende oefeningen in de vorm van een stevig circuitje van 15-30min. De rest van de week pak ik de fiets, zowel binnen (vooral met al die regen van de afgelopen maanden) als buiten. Ik probeer zo’n 150-200 km per week te maken, waarbij dit een combinatie is van rustige Z2-ritten en wedstrijden (op Zwift) of workouts doe om ook mijn hogere zones en sprintvezels te prikkelen.

 Het resultaat van vier jaar zo trainen is duidelijk zichtbaar in mijn prestaties. Van een 10 km-tijd van 38:20 naar 34:29 en zelfs op de 800 meter bleef ik binnen 1 seconde van mijn persoonlijk record (van 1:59 naar 2:00). Dat laatste vond ik verrassend, vooral omdat ik geen specifieke sprinttrainingen meer doe. Hoewel ik misschien niet meer zo snel ben als vroeger op de 100 meter, haal ik nu veel meer uit mijn conditie. Het idee van veelzijdig trainen als basis is daarin waardevol. Ook kijkend naar de topsport, hebben deze vaak een brede sportachtergrond voordat ze zich specialiseren. En met jullie triatlonervaring begrijpen jullie dat waarschijnlijk als geen ander! Op naar weer een mooi seizoen, waar ik mij de aankomende maanden weer wat meer in vorm ga lopen bij de Keistad Baancompetitie in Amersfoort en qua fietsen weer wat meer duur ga pakken om in mei met wat vrienden de volledige Parijs-Roubaix te fietsen!”

Naschrift redactie: De uitslag van de vierde loop en de eindstand van de FFR competitie vind je hier en Maartje Jacobs, winnares op de 10km, schreef voor de Zeewolde Aktueel dit verslag.

Nieuws Overzicht