U bent hier: HOME › Nieuws › Nieuwsflits › Algemeen › Mount Ventoux beklimming Louis & Stefan Doorn

Mount Ventoux beklimming Louis & Stefan Doorn

Vader en zoon op en om de Kale Berg.

 

Vooraf: de cursief geschreven tekst is van de hand van zoon Stefan Doorn, de gewoon geschreven tekst van vader Louis Doorn.

Eindelijk, om 5 uur ’s ochtends op 4 Juli gaat het beginnen: de reis naar het zuiden van Frankrijk met als eindbestemming camping Carpe Diem, vlakbij het dorp Vaison la Romaine aan de voet van de Mont Ventoux. De dagen van tevoren waren al lichtelijk stressverhogend, zoals gewoonlijk bij ons, want niet iedereen is gecharmeerd van een lange reis met de auto. Het huis moet nog aan kant gemaakt worden, de tuin een beetje op orde en alles inpakken gebeurt ook niet vanzelf. Maar zoals altijd lukt dit allemaal op tijd, niet te laat naar bed en de wekker op 5 uur gezet. De reis verloopt op zich voorspoedig en zonder problemen. Wij kamperen met een vouwwagen en dat heeft naast een aantal voordelen ook een aantal nadelen zoals de gemiddelde snelheid, die ongeveer, inclusief pauzes, tussen de 80 en 90 km per uur ligt. Omdat de totale afstand ca. 1250 km is, hebben wij besloten tot een overnachting in een hotel. Het opzetten van een vouwwagen is, tot in tegenstelling van wat sommige mensen beweren (voornamelijk verkopers van zo’n ding), een hele klus. Macon, wat ligt op ca. 850 km, is in bezit van een Etap-hotel en daarom door ons uitverkoren tot overnachtingsplaats. Een Etap-hotel is in de categorie van een Formule-1 hotel en heeft niet veel meer te bieden dan een slaapplaats (daar ging het uiteindelijk om) maar er was wel een kleine TV op de kamer waar we de finale van het EK hebben gezien. Van de eerste helft kan ik mij weinig herinneren en van de 2e helft Jeltje, omdat de vermoeidheid van de lange rit zijn tol begon te eisen. Volgens de kinderen zijn we gewoon oud aan het worden. In Macon was het al een aardig stukje warmer dan in Nederland en aangezien een airco niet tot de standaard uitrusting behoorde, werd het een tamelijk zwoele nacht met veel onweer en net iets te weinig slaap. Na een ontbijtje (hoorde wel tot de standaard uitrusting) gingen we “tamelijk” opgewekt richting de Mont Ventoux. Ook de 2e dag verliep goed en rond een uur of één ’s middags verlieten we de snelweg richting Vaison la Romaine. Op een gegeven moment hoorden we een raar soort “sissend” geluid en we dachten dan ook dat er iets met de auto aan de hand was. Na gestopt te zijn bleek het geluid veroorzaakt te worden door een soort krekels. Deze beesten gaan de hele dag door, maar het is niet echt storend; vergelijk het maar met het ruisen van een beekje dat achter de tent langs loopt. Volgens de receptioniste van de camping wordt het geluid overdag veroorzaakt door “les Cigales” en deze worden

‘s avonds afgelost door “les Grillons”, beiden een soort krekels (of sprinkhaan) die dat kenmerkende geluid maken met hun achterpoten of vleugels. De aankomst op de camping is ook altijd een beetje spannend, want is het wel de camping die je zoekt en voldoet de staanplaats aan de verwachtingen. Wij hebben deze camping gekozen o.a. op aanraden van Rien Delhez, die hier met zijn gezin al diverse malen is geweest. Naast het campingadvies heeft hij mij ook redelijk enthousiast gemaakt met zijn aanstekelijke verhalen over de Mont Ventoux. Het opzetten van de vouwwagen ging zoals gewoonlijk “vlekkeloos” en 2 uur later zaten we uit te puffen voor de tent met een redelijk koud drankje. De volgende dag begon een beetje somber wat het weer betreft, want het regende lichtjes, maar dat mocht de pret niet drukken. In Vasoin la Romaine werd een markt georganiseerd dus daar zijn wij, net als alle goede toeristen, naar toe geweest. Deze was tamelijk uitgebreid en wat opviel was dat er ontzettend veel gedroogde worsten (zien er echt goor uit), olijven en knoflook werden verkocht.

Diezelfde middag nog hebben wij in de motregen de Mont Ventoux beklommen. Ondanks de verhalen van Rien en het boek over de “kale berg”, wat ik van hem heb mogen lenen, had ik niet echt een goed idee gekregen van wat een beklimming van de Mont Ventoux inhoudt. Ik dacht dat het met mijn duurvermogen wel in orde zat en dat het op een rustig tempo wel te doen was. Toen wij omhoog reden sloeg mijn positivisme al redelijk snel om in ongeloof: ik twijfel er sterk aan of dit wel gaat lukken want het gaat maar steil omhoog en geen moment van herstel. Na een rit (met de auto) van ca. een ½ uur kwamen we op de top aan waar het knap hard waaide en erg koud was. Via Malaucène zijn we afgedaald over de gedeeltelijk nieuw geasfalteerde weg richting de camping. Vanwege de Dauphiné Libéré, eerder dit jaar, is de weg vanuit Bedoin van een nieuwe laag asfalt voorzien en waarschijnlijk is de route vanuit Malaucène tegelijkertijd onder handen genomen.

Bedoin-top:              295 – 1909 meter, 21,5 km en gemiddeld 7.7%

Malaucène-top:       330 – 1909 meter, 21,2 km en gemiddeld 7.4%

Sault-top:                  765 – 1909 meter, 25.9 km en gemiddeld 4.4%

 





Op de onderstaande sites is een index gemaakt die de zwaarte van een berg aangeeft. Het blijkt dat de Mont Ventoux redelijk hoog scoort.

 

http://www.veloforum.be/article.php?id=25

 

http://home.planet.nl/~honderd.cols/cols.html

 

De volgende dag zijn Stefan en ik, met de racefiets ditmaal, aan de beklimming begonnen vanuit Bedoin. Vlug nog even remblokjes verwisseld en via Malaucène richting Bedoin. Al met al is dit ca. 22 km vanaf Vaison la Romaine. Vanaf het begin liep het al niet lekker en tussen Malaucène en Bedoin liggen ook nog aardig wat heuveltjes. Bij de start in Bedoin, bij het fonteintje, hadden we dus al de nodige energie verbruikt. Maar ja, we kwamen hier niet voor niets, dus aan de slag. Het was de bedoeling dat we de 1e klim rustig aan zouden doen om het later op een hoger tempo te proberen. Maar daar kwamen we al snel van terug, want ik moest veel te vroeg naar mijn allerlichtste verzet (33/25) en dat is knap balen want dan heb je niks over om lichter te schakelen als het even niet loopt. Ik snap ook echt niet dat mensen van ons kaliber met bijv. een 43/25 omhoog kunnen. Nou snap ik blijkbaar heel veel dingen niet want al vrij snel haalden wij een vrouw in die dus inderdaad maar de beschikking had over twee voortandwielen (wij drie). Nu zie ik niet zo gauw hoeveel tandjes voor en achter, maar aan het trage beentempo was te zien dat ze tamelijk zwaar trapte. Ik weet niet of ze de top gehaald heeft maar ze is in ieder geval tot Chalet Reynard gekomen en dat is op ongeveer 7 km van de top. Verder haalden we nog een vader en zoon op een mountainbike in. Op het moment dat ik vader inhaalde liet deze een enorme scheet (heb geen knoflook geroken) die waarschijnlijk als turbo diende. Op mijn opmerking van “lekker zeg” kwam er een waterval van Franse woorden waar ik niet uit kon halen of het een excuus was of iets anders.

In mijn onschuld was ik er van uit gegaan dat we wel in een keer fietsend de top konden halen maar dat bleek al gauw een illusie. Na een korte rustpauze haalden we opnieuw “turbo” en zijn zoon in en in mijn beste Frans zei ik tegen hem “c’est tres difficile” en vervolgens kreeg ik weer een heel verhaal (in het Frans, uiteraard). “J’ai Hollandais, je ne comprendre” bracht in zoverre verlichting dat hij het nu met gebarentaal probeerde en volgens mij kwam het erop neer dat hij bijna geen lucht had. Eigen schuld, dikke bult, want dan moet hij de lucht van onderen maar niet laten ontsnappen. Af en toe vroeg ik mij wel eens af waar ik in vredesnaam mee bezig was maar ik wilde me niet laten kennen en trapte dus maar stug door. Vooral als je mensen ziet fietsen met een bagagewagentje achter de racefiets of op een tracking-bike met volle bagage en kind achterop kun je moeilijk anders dan doorgaan. Als zij het kunnen dan kan ik het ook. Het eerste stuk van de beklimming is redelijk open, daarna kom je in het bos (geen last van vliegen gehad) om vervolgens bij Chalet Reynard het bos te verlaten en om de top van de Mont Ventoux in volle glorie te zien liggen.

 

 

Dan wordt het ook al snel duidelijk waarom deze de kale berg genoemd wordt. Het lijkt wel of het een hele grote hoop losse stenen is van 1900 meter hoog. Het onderste stuk is begroeid en op de top is haast geen begroeiing te vinden waardoor de wind vrij spel heeft. Na de zoveelste korte stop beginnen we aan de laatste 7 kilometer over het kale stuk. Optisch lijkt dit immens steil omhoog te gaan maar dat valt mee (het zwaarste stuk ligt in het bos). Op een of andere manier is het erg moeilijk in te schatten hoe steil je omhoog fietst. Vlak voor een scherpe bocht is het altijd moeilijk en in de bocht loopt het blijkbaar iets vlakker. Onderweg denk ik regelmatig aan Paul Lindeboom (ook aan de rest van TVZ hóór). Vorig jaar, tijdens een mountainbike weekend met Gerard, Hans, Rik en Paul hebben we een tijdrit op de Feldberg gedaan (1493 meter). Volgens Paul is een MTB-weekend niet compleet als er niet iets van een wedstrijd in zit. Als we ooit nog eens besluiten om hier naar toe te gaan dan weet ik wel een mooi tijdrit parcours. Ik weet niet of het een voor- of nadeel is, maar op dit kale stuk zie je de hele tijd waar je naar toe moet. Er komt maar geen eind aan al die bochten, lijkt het. Vlak onder de top staat een monument ter nagedachtenis van Tom Simpson, maar omdat ik zoveel moeite had om boven te komen is mij dat totaal niet opgevallen. Eindelijk, daar is hij dan, de laatste bocht. Nog 100 meter met de wind vol van opzij zodat je haast weer naar beneden geblazen wordt. De Mont Ventoux doet zijn naam eer aan en probeert nog eenmaal ons eraf te blazen maar zonder succes. Wij hebben hem bedwongen maar we moesten wel tot het uiterste gaan. Vlug de windjacks aan, want het is koud, en een beetje opwarmen in het winkeltje waar je een souvenir voor (te) veel geld kunt kopen. Geld waren wij vergeten om mee te nemen dus konden we ook niet in de verleiding gebracht worden. Boven op de top is er eigenlijk weinig aan (weinig natuur om van te genieten en veel wind) dus zijn we maar snel aan de afdaling begonnen richting Malaucène. Iedereen die mij kent weet ik dat een “fantastische” afdaler ben maar ik heb toch nog bijna 70 km/u gehaald en dat met gillende achterremmen. Ik weet niet waar het door komt, maar op een of andere manier maken mijn remmen (ook de schijfremmen van mijn ATB) altijd een verschrikkelijk lawaai en dat is niet prettig want ik had al moeite genoeg met de snelheid, de wind en de tegenliggers. Naar beneden gaat veel sneller dan omhoog (heeft iets met de zwaartekracht te maken) en we waren dan ook binnen no-time in Malaucène. Terug naar Vaison la Romaine ging een stuk makkelijker dan op de heenweg, dus waarschijnlijk vals plat. Al met al ca. 74 km gefietst met best wel een hoop hoogtemeters. Van te voren had ik het idee om een aantal keren over de Ventoux te fietsen maar voorlopig heb ik dat idee maar even in de ijskast gezet (i.p.v. een koud biertje).

 

Na de Mont Ventoux eerst beklommen te hebben met de auto waren de verwachtingen niet al te hoog. Onze 1.6L Ford Focus Break (omhoog fietsend ‘break’ je ook!) had het er, vooral in het bos, maar erg moeilijk mee. Tot de boomgrens en Chalet Reynard is het continue klimmen, zonder ook maar 1 vlak moment. Het laatste stuk naar de top lijkt nog moeilijker, zeker omdat er wat mentaals bij komt kijken. Een dag later zou de eerste beklimming op de fiets plaatsvinden. Om 8 uur uit bed en het streven was om om 9 uur op de fiets te zitten. De ‘officiële’ route omhoog is vanaf Bedoin en daar was ook ons startpunt. De rit naar Bedoin was al geen makkelijke, tussen Malaucène en Bedoin ligt namelijk al een aardig zwaar stuk, wat er zeker voor zorgde dat we goed warm gedraaid aan de beklimming van de Mont Ventoux konden beginnen. Een blik op een verkeersbord in Bedoin leert ons dat de afstand tot de top 22 kilometer bedraagt en vol goede moed stappen we weer op de fiets. De eerste paar kilometer vormen nog geen al te groot probleem, al moet vrij vroeg teruggeschakeld worden naar het kleine blad voor. Niet al te lang daarna komt het punt dat Louis op de allerkleinste versnelling moet overschakelen, maar niet al te lang daarna volg ik deze handeling ook. Ik ben blij als ik mijn tellertje een snelheid boven de 10 kilometer per uur aan zie geven, maar meestal staat er niet meer dan 8 op. Met het hoofd richting het asfalt gericht buffel ik achter Louis aan. Het weer zit ons mee, geen felle zon en ook niet al te koud. Een lichte bries zorgt tijdens de beklimming door het bos voor een klein beetje verkoeling. Ik heb het aardig zwaar en ik ben blij dat Louis af en toe besluit om even kort te stoppen. Eten en drinken staat tegen en dat doe ik dan ook niet veel (tijdens de beklimming heb ik niet meer dan een halve bidon leeg gedronken). Bij Chalet Reynard besluiten we om door te gaan… als je zover bent wil je het ook afmaken, natuurlijk. Vanaf daar kom je boven de boomgrens uit en is de berg ook echt een rots. Het eerste stuk gaat redelijk soepel, het lijkt iets minder steil te gaan dan voorheen, maar na een paar bochten willen de benen niet meer zo makkelijk. Mentaal begint het ook te spelen, vanaf hier kun je namelijk goed zien waar je heen moet, maar je weet ook donders goed dat het nog een zwaar stuk zal zijn, met meer wind dan in het bos. Op veel plaatsen hebben we een beetje wind mee, in ons voordeel dus. Met veel moeite kom ik steeds dichter bij de top, met af en toe snelheden van rond de 6 kilometer per uur. De laatste bocht nadert en de wind neemt ook toe, vooral in de vorm van windstoten. Moe maar voldaan bereik ik de top. Aangekomen overdenk ik het aantal rustmomenten dat tijdens de rit aanwezig waren, nagenoeg nul. Dit parcours leent zich dus absoluut niet voor een tijdritcompetitie. Effectief hebben we 2uur1min gefietst, maar in totaal zijn we 14 minuten langer bezig geweest. Snel een windjackje aantrekken en aan de afdeling beginnen, die een stuk makkelijker gaat dan de beklimming. Een korte rit volgt om de camping te bereiken waar ik moe in een stoel neerplof. Eerst nog maar eens goed nadenken of ik dit nog een keer doe…!

Twee dagen later beginnen we aan de volgende tocht door de omgeving van de Mont Ventoux, dit keer zonder een beklimming van deze winderige berg. Louis heeft op de kaart een route van ongeveer 65 kilometer uitgestippeld en ik volg gedwee. Vanaf de camping gaan we wederom in de richting van Malaucène, waar al meteen in het begin een stuk vals plat ligt. Net als de eerste dag begin je uiteraard iets te fanatiek en dat merk je snel op zo’n lullig stukje! Direct in het dorp de afslag richting Suzette, wat zo’n 9 kilometer kost om daar te komen. In het begin gaat het continue omhoog, wat uiteraard uiteindelijk gevolgd wordt door een mooie afdaling richting het dorp. Ik ben fanatiek aan de dag begonnen en scheur lekker naar boven en ditmaal zie ik Louis mij niet kunnen volgen. Jammer maar helaas ging het op de Mont Ventoux niet op deze soepele manier. Vanuit Suzette gaan we richting Beamus de Venise. Vanaf Malaucène tot deze plaats komen we door een gebied genaamd ‘Dentelles de Montmirial’. Dit gebied ziet er op de kaart al erg groen uit, wat het in werkelijkheid ook blijkt te zijn. Daarnaast kenmerkt het gebied zich door de vele uitstekende rotsformaties bovenop de bergen/heuvels. Mooi om te zien, maar dat betekent uiteraard dat de wegen in dit gebied ook langs toppen en dalen zullen leiden. Uiteraard maakt niemand zich druk over de afdalingen, maar…! Vanaf Beamus de Venise moeten we een drukke autoweg volgen tot we bij Cairanne aankomen. Dit was een minder leuk stuk van de route, fietsen langs de autoweg is in dit gebied nou eenmaal niet zo leuk. Er zijn vele wegen die stukken leuker zijn om te fietsen. Daarnaast waaide het aardig (wat het wel vaker doet in dit gebied!) en deze wind kwam uiteraard weer niet van achteren. Het tempo ligt dan ook laag, maar een lekker zonnetje zorgt ervoor dat we geen haast hebben. Via Rasteau en Roaix zetten we koers richting de camping. Dit laatste stuk is niet al te zwaar, meer dalen dan klimmen! De route bleek niet helemaal aan de 65 (eerder 60) kilometer te voldoen, maar dat deert de pret niet. Ondertussen zijn de plannen voor de komende dagen al gesmeed, waaronder een volgende beklimming van de Mont Ventoux. Het is de bedoeling dit via Sault te doen, een minder heftige route dan vanaf Bedoin……volgens Louis dan!

 

Na een dag van “relatieve” rust met een wandeling van ca. 3 uur, om te herstellen van de vorige dag, klimmen we op de fiets om een tocht door de “Dentelles de Montmirial” te maken. Volgens Rien D. een mooi gebied en dat klopt uiteraard ook. Ook nu weer diverse klimmetjes die best pittig zijn, mooi weer en tamelijk veel wind die we altijd tegen lijken te hebben. Tijdens de beklimming van de Mont Ventoux was ik dusdanig gedemotiveerd dat ik een volgende beklimming niet meer zag zitten. Maar het kan vreemd lopen en enkele uren na de beklimming en zeker de volgende dag begonnen we toch al weer plannen te maken om de Mont Ventoux via Malaucène of Sault te nemen. Misschien was het ook wel niet zo verstandig om gelijk aan het begin van de vakantie vanaf Bedoin omhoog te fietsen en hadden we beter eerst een aantal tochten kunnen maken zoals vandaag. Wijsheid komt met de jaren maar dat geldt niet voor mij! Na een lekkere douche zijn Stefan en ik in de auto gestapt, de Mont Ventoux opgereden en een paar foto’s gemaakt. Het is ongelofelijk wat je omhoog ziet fietsen. Mensen op een tandem (ik zou niet graag achterop zitten tijdens de afdaling), eenjonge vrouw op een ATB in het allerlaagste verzet (max. 3 a 4 km/h), een groep mensen waarvan de helft loopt en de andere helft fietst (zelfde tempo) en een vader en een zoon in t-shirt, korte broek en slippers, op een (waarschijnlijk) gehuurde ATB. Verder zie je tamelijk veel fietsers die er ietwat professioneler uitzien maar die al slingerend omhoog gaan. Is dit iets waar je respect voor moet hebben of is het voor een groot gedeelte “gekkenwerk”? What about us!

 

Vandaag (11-07-2004) een mooie tocht van 75 km gemaakt om de “Montagne de Bluye” die aan de noordkant van de Mont Ventoux ligt. Het mooie zonnige weer zorgde ervoor dat je ver kon kijken en dat blijft toch iets aparts hebben als je voornamelijk de polder gewend bent. De enige overeenkomst met de polder is de pittige wind die er altijd lijkt te staan. Dat dit een droog gebied is kun je aan de rivierbeddingen zien die (bijna) droog staan, maar de vorm van de bedding vermoed toch dat er in de nattere periode een hoop water doorheen stroomt en dan waarschijnlijk vrij heftig. Ook vandaag zitten er diverse klimmetjes in van enkele kilometers en de tocht voert dan ook over de “col des Aires” en de “col de Fontaube” van respectievelijke 634 en 635 meter hoog. Vlak voor de beklimming van deze 2 heuvels werd ik ingehaald door een Belgische jongen van 19 uit de buurt van Spa. Omdat zijn moedertaal Frans is en de mijne Weststellingswerfs hebben we het Engels maar tot voertaal verheven. Hij had de Mont Ventoux ook al gedaan (ik weet echter geen details) en ook hij was zeer te spreken over het mooie weer en de schitterende omgeving. Tijdens deze tocht werd ik steeds bekeken vanuit de hoogte door de Mont Ventoux die zijn naam van de “reus van de Provence” eer aandoet. Het ging vandaag eigenlijk best wel lekker en ik begin alweer een beetje moed te krijgen om “de reus” nog een keer aan te vallen.

 

Twee dagen later volgt er een tocht door het heuvelachtige landschap van de Vaucluse, wederom zonder beklimming van de Mont Ventoux. Zoals zovaak gaat de tocht eerst richting Malaucène, acht kilometer warm trappen. Vanaf daar gaan we de heuvels in naar Veaux, gevolgd door Mollans-s-Ouvèze/Buis-les-Baronnies/Propiac/Merindol-les-Oliviers om weer terug te keren op de camping. Aangekomen geeft de teller ± 68 kilometer aan. Dat dit iets hoger uitviel dan de verwachte 60 kilometer is volledig te wijten aan de Franse manier van bewegwijzeren. Plaatsen worden eerst niet aangegeven, dan weer wel, er wordt helemaal niets aangegeven, men geeft pas aan na de kruising of niet vanaf beide richtingen. Al met al frustrerend als je weet dat het in Nederland qua bewegwijzering wel snor zit. Snor zat het vandaag ook wel met mijn benen. Twee dagen terug was ik niet vooruit te branden en moest ik veelal achter blijven, vandaag ging het uitermate goed en de beklimmingen gingen soepel. Tussendoor zelfs nog puf om eens in een gekke bui een heuveltje op te sprinten. Tussen Merindol en Vaison la Romaine (eind van de tocht) lag nog een lelijke heuvel (die te vergelijken valt met het stijgingspercentage van de Mont Ventoux, alleen stuk korter), waar ook ik de benen aardig begon te voelen. Als we ons aan de planning houden gaan we vrijdag de Mont Ventoux wederom fietsen, wie weet…

 

Zo goed als het eerder van de week ging, zo slecht ging het vandaag. Ik kon met moeite Stefan bij houden en op de heuveltjes moest ik hem meestal laten gaan. Het weer en de omgeving hadden we opnieuw mee. Wel waait het stevig en met name de vlagerige vind ik niet prettig. Kleine dorpjes lijken wel tegen de rotswand aangeplakt en de huizen hebben van die karakteristieke halfronde dakpannen. In de grotere plaatsen is er van alles te doen, met name voor de toeristen, maar in de kleine dorpjes is het erg rustig en kom je bijna geen mensen tegen. In deze streek op de grens van de Drome en de Vaucluse wordt erg veel wijn geproduceerd en dat heeft de mensen, samen met de inkomsten uit het toerisme, toch wel de nodige welvaart gebracht. De vorige dag hebben we ’s middags een wandeling in de buurt van Sault gemaakt, dwars door de lavendel velden. Lavendelolie (en afgeleide producten) is een ander product wat hier in de buurt op vrij grote schaal gemaakt wordt. Misschien moeten we toch maar weer eens aan een beklimming van de “kale berg” gaan denken want dat is en blijft per slot van zake de ultieme uitdaging. De voorbereiding is in ieder geval beter dan voor de 1e beklimming vanuit Bedoin.

 

Op vrijdag 16 juli begonnen de renners in de Tour de France aan de 1e echte bergetappe naar “La Mongie” op een hoogte van 1715 meter. Later op de dag, luisterend naar de wereldomroep en genietend van een biertje, hoorden we dat Lance al wat voorsprong nam op zijn concurrenten. Voor ons was dat niet genoeg en hebben daarom nogmaals de 1908 meter van de Mont Ventoux gedaan. Ditmaal via de “makkelijke route”, dus vanaf Sault. Sault ligt precies aan de andere kant van de Mont Ventoux dan Vaison la Romaine en daarom besloten we om er eerst met de auto naar toe te rijden (via de Mont Ventoux) en vanuit Sault te starten. De totale rit is iets langer dan de 2 andere routes, maar vooral het 1e stuk is ook veel minder steil (26 km en gemiddeld stijgingspercentage van 4.4%). Bij Chalet Reynard kom je op de route vanuit Bedoin en dan is het nog 7 km klimmen met een gemiddeld stijgingspercentage van 7.5%. Op de reis naar Sault erg voorzichtig aan gedaan en vooral stoppen bij een stopbord tot complete stilstand zoals het eigenlijk hoort (maar wie doet dat nou). De vorige dag is onze kijk op de Franse politie er namelijk niet beter op geworden omdat wij (eigenlijk ik) een bekeuring kregen van 135 Euro voor het niet volledig tot stilstand komen voor een stopbord. Er kwam in geen velden of wegen een auto van links of rechts maar leg dat maar eens uit aan een “gendarme” die nog slechter Engels spreekt dan een gemiddelde leerling uit groep acht van de lagere school. Na een ingewikkelde procedure hebben we de bekeuring maar betaald en na een vertraging van een dik uur zijn we verder gegaan met onze vakantie. Deze vakantie betekent voor mij een tamelijk hoog gehalte Mont Ventoux en dat was de rest van de familie uiteraard ook al opgevallen en dat vonden ze niet altijd leuk, geloof ik. Vandaag dus vanuit Sault en het was vanaf het begin al duidelijk dat Stefan in goeden doen was. Hij fietst voordurend een zwaarder verzet dan ik en hij heeft ook meer over. We hadden afgesproken om samen naar Chalet Reynard te rijden, iets te eten en dan individueel naar de top. Vlak voor Chalet Reynard stelt Stefan voor om gelijk maar door te rijden en dat hebben we dan ook maar gedaan. Hij zette het gas erop en kwam uiteindelijk 2 minuten eerder op de top aan dan ik. Vanaf Sault heb ik er 1.38 uur over gedaan en dat viel mij nog niets tegen. Er stond weinig wind, het was erg warm en tamelijk druk op de berg en dan bedoel ik niet alleen fietsers. Wij zijn door niemand ingehaald en zelf hebben we diverse fietsers voorbij kunnen fietsen alsof ze stil stonden, dus dat betekent dat we het nog niet zo slecht gedaan hebben. Deze keer had ik nog wel het benul om het monument voor Tom Simpson op te merken. Bovenaan gekomen, zagen we de DPA-schaatsploeg, waarschijnlijk op trainingsstage, met in ieder geval Bob de Jong in hun gelederen. Als je de bovenbenen van die mannen en vrouwen ziet dan heeft de gemiddelde TVZ-er maar luciferstokjes.

Terug wederom met gillende achterremmen en heb het daarom nog rustiger aan gedaan dan ik gewoonlijk al doe. Mensen schrikken zich zichtbaar een ongeluk als ik er aan kom met het geluid van een gillende keukenmeid. Ik betrap me er nu op dat ik ook een beetje Mont Ventoux moe wordt en ik weet dan ook niet of ik er nog eentje ga doen. Maar dat kan zomaar weer veranderen.

 

Het is misschien wel leuker om langs de berg te gaan zitten en mensen te bekijken. Ten eerste wordt je er niet moe van, maar het leuke aspect zit hem in de vele manieren die men bedenkt om naar de top van de Mont Ventoux te komen. Rond half 9 zijn we per auto vertrokken naar Sault. Onderweg komen we fietsers met teenslippers aan tegen, maar ook mensen op rolski’s. Er is zelfs eentje zo gek om hardlopend naar boven te gaan. Voor de echte triatleet: zwemmend gaat niet ben ik bang. De route vanaf Sault kenmerkt zich niet door het hoge stijgingspercentage, er zijn zelfs delen waar je eventjes naar beneden gaat. In het begin zit een gestaag stuk omhoog, maar de laatste paar kilometer naar Chalet Reynard vormen weinig problemen. We halen redelijk veel mensen in met een aardig tempoverschil en als we een wat hoger tempo aannemen hoor ik Louis: “Even wat zachter, dit hou ik niet”. We hadden besloten gezamenlijk naar Chalet Reynard te fietsen en vanaf daar alleen de rit af te maken. Redelijk fris komen we (althans ik) daar aan en optimistisch banjer ik omhoog. Toen we vanaf Bedoin fietsten, fietste ik vrijwel de gehele rit op de kleinste versnelling, nu had ik deze alleen de laatste meters nodig. De ene na de andere fietser haal ik in, maar de meesten zullen vanaf Bedoin naar boven gefietst zijn. Sommigen slingeren werkelijk van links naar rechts over de weg omdat ze anders af moeten stappen. Met twee minuten voorsprong op Louis kom ik aan op de top, maar ik ben aardig gesloopt. Het laatste stuk ging alles behalve soepel, misschien had ik iets minder frivool moeten starten.

 

In de afdaling laat ik Louis achter mij, omdat het voor geen meter opschiet met die remmen van hem. Onderweg haal ik enkele auto’s in die mij iets te traag gaan. Via Chalet Reynard vervolgen we de route weer naar Sault, waar de auto nog steeds geparkeerd staat (gelukkig!). Al met al een fietsrit van 52 kilometer en een autorit van ± 100 kilometer, plus een voldaan gevoel. Net als Louis overdenk ik de mogelijkheid voor een derde beklimming de komende dagen maar eens goed…

Drie dagen later. Weinig nagedacht, maar wel via Malaucène naar de top gefietst. Eigenlijk had ik mij al voorgenomen om het te doen en dat hing dan niet van Louis af. Zo dacht hij blijkbaar ook. Ik kom ’s ochtends met lichte hoofdpijn mijn tent uit, de biertjes hadden uitwerking gevonden. Zoals elke ochtend was het weer vroeg, zeker als we gingen fietsen. Later op de dag zou de temperatuur ruim over de 30 graden gaan, dus liever vroeg op pad. De andere dagen smoor ik al rond 9 uur mijn tent uit, dus van uitslapen komt het deze vakantie niet. Ik moet ook toegeven dat ik nog nooit zo’n actieve vakantie heb meegemaakt! De beklimming is zwaar, maar zoals verwacht minder heftig dan vanaf Bedoin. Dat heeft waarschijnlijk deels te maken met het feit dat we op de tweede dag al vanaf Bedoin omhoog fietsten. Bedoin kenmerkt zich door het eenzijdige stijgingspercentage, terwijl de route van Malaucène ook enkele minder zware momenten kent. Vandaag weinig opvallende gevaartes omhoog zien gaan, behalve een straaljager die rakelings over de bomen zoeft. De bemanning is zelfs zichtbaar en ik hoop op een lift naar de top. Tevergeefs. Na ruim een half uur word ik ingehaald door een man uit de Achterhoek (de eerste die mij deze week inhaalt) en deze moedigt mij aan met de mededeling: “Nog een uurtje!”. Jammer genoeg gaf mijn teller pas 30 minuten aan, dus meer dan een uurtje zou er nog wel inzitten. Ik fiets weer voor hem uit, maar niet lang daarna neemt hij definitief afstand van mij. Louis fietst ruim voor mij en ik vraag de man om hem te vertellen dat ik er aan kom, zodra hij de top bereikt. Voor Louis achteraf een geruststelling. Ik was niet van plan om halverwege rechtsomkeert te maken, maar hij hield die mogelijkheid blijkbaar open. Na 1uur56min bereik ik de top, waar Louis al 6 minuten op mij wacht. In de afdaling maak ik de achterstand ruim goed, met snelheden boven de 80 kilometer per uur. Omdat Louis als een gillende keukenmeid de berg af fietst kies ik mijn eigen weg. Aan de voet komen we weer bij elkaar om naar de camping te fietsen, waar we de fietsen weg zetten en pas in Nederland weer aan zullen raken!

 

Voor de volhoudende lezer (niets anders te doen blijkbaar) van dit ietwat langdradige verhaal nogmaals een beklimming van de Mont Ventoux. Ik had er niet zoveel zin meer in en was eigenlijk een beetje fietsmoe, maar na een paar dagen begint het dan toch weer kriebelen. Omdat we vanuit Malaucène nog niet gedaan hadden en omdat we een van de zwaardere routes nog niet in een keer omhoog gefietst waren en omdat Stefan nog een keer wilde, ben ik toch maar gegaan. Vanuit Malaucène is een tikkie lichter dan vanuit Bedoin en het verschil zit hem in het feit dat er in de Malaucène route er af en toe een herstelmoment zit. Niet dat het dan naar beneden gaat maar het gaat dan iets minder steil, af en toe. Ik heb vanaf het begin een lekker tempo kunnen draaien en wederom alleen maar fietsers ingehaald. Deze route is meer open dan vanaf Bedoin en levert dus ook fantastische vergezichten op. Net als bij de vorige tocht had ik eerst een beetje last van mijn rug maar dat ging over in pijn in mijn knieën en achterwerk. Toevallig had ik net een boek van Tom Clancy gelezen waarin de held de meest fantastische capriolen uithaalt en regelmatig in elkaar geslagen wordt. Ieder nadeel heeft zijn voordeel zal ook Tom C. wel gedacht hebben en hij schrijft dat pijn je alerter maakt. Dit vond ik wel een prettige gedachte want dan was de kans dat ik het ravijn in fiets ook weer een stukje kleiner. Uiteindelijk heb ik het binnen 2 uur gered zonder te stoppen. Van te voren was mijn doelstelling om dit vanuit Bedoin te doen maar dit is niet gelukt vanwege een foute opbouw. Ik ben er wel van overtuigd dat dit evt. wel gelukt zou zijn maar dat zal ik waarschijnlijk nooit te weten komen. Nu ben ik het fietsen echt zat, nog een paar dagen lekker genieten, veilig naar huis en de trainingen bij TVZ weer oppakken. TVZ-ers die “toevallig” in de buurt van de Mont Ventoux komen kan ik echt aanraden om deze reus per fiets te bedwingen. Dit lezende lijkt het erop dat Stefan en ik alleen maar gefietst hebben maar er was voldoende tijd om andere leuke dingen te doen die de gemiddelde vakantieganger ook doet. Al met als is het wel vrij actief geweest, maar dat is het meestal wel met ons.

 

Le Ventoux ne se donne pas, chaque course est une conquête.

Notre bonheur, cést celui des alpinists: se sentir bien en haut, savoir

qu’on l’a fait, qu’on est dépassé.

 

(Robert Aubéry; 58 maal de Mont Ventoux beklommen)

 

Algemene informatie »
Verzekeringen »
Contributie
Bestuur / Commissies
Verkeersregelaars
Vacatures
Clubkleding
Aanmeldingsformulier
Algemene informatie
Ledenvergaderingen
Nieuws
Nieuwsflits »
Nieuwsarchief
Algemeen »
Techniek »
Interviews »
Medisch »
Helden »
Menu vd maand »
Wedstrijdverslagen »
Bike-vakantie in het Zwarte Woud
Boekbespreking: Ard Schenk (Biografie)
Boekbespreking: Jacco Verhaeren (TOP-Coaches)
Boekbespreking: Joop Zoetemelk
Boekbespreking: Marc Herremans 1
Boekbespreking: Zwemmen (Nicola Keegan)
De Keiler in Nunspeet
Fietsexpeditie Siberië
Fietsvakantie Frankrijk - Marjolein Bos
Fietsvakantie Santiago - Anita Schouwaert
Giromania !!
Hardlopen samen met een blinde loper
Mount Ventoux beklimming Louis & Stefan Doorn
Ode aan Marco Pantani
Rien en de Fietsgoden
Skiken met Ingrid Munneke
The Desert Run
Trainingskamp XXL
Trans Alp ATB - Michiel & Marion
Vancouver - trainingskamp
Weissensee - Tonny van Vliet
Zwemanalyse in de Tongelreep
Trainen met de hartslagmeter
Bram Som
Edith van Dijk
Erica Terpstra
Gregor Stam
Kees Vaneman
Leen Pfrommer
Lidia van Bon - WK Masters zwemmen
Mieke Smit
Rob Barel
Afvallen - Mascha Spoor
Overgang en trainen - Mascha Spoor
Piriformis syndroom- Mascha Spoor
Bert Flier
Bruce Lee
Eric van der Linden
Jean Nelissen
Johan Neeskens
Wilco van den Akker
Wilfried de Jong
Gehakttaart met nasikruiden - Joke Lof
Spinaziepannenkoek - Paul Lindeboom
Fietsen
Lopen
Triathlon
zwemmen
Algemene informatie zwemmen
Zwemtrainingen »
Zwemtrainer
Algemeen informatie fietsen
Racefiets trainingen »
ATB trainingen »
Fietsnieuws
Fietstrainers
Veiligheid bij fietstrainingen
Fietstrainingen
Algemene informatie lopen
LOKO Loopcompetitie
Loopnieuws
Looptrainers
Algemene informatie triathlon
Divisie team
Reglementen »
Wedstrijdreglement ITU
Reglement Organisatie Wedstrijden
Wedstrijdkalender TVZ
Route startlocatie Kaap Flevo
Route startlocatie de Parel
Clubrecords
Uitslagen »
Zwemmen
Fietsen
Lopen
Duathlon / Triathlon
Fotoalbums
You tube filmpjes
Contact
N.A.W.-gegevens van TVZ
Wachtwoord wijzigen
Wachtwoord vergeten?

Ogenblik a.u.b. ...