U bent hier: HOME › Nieuws › Nieuwsflits › Interviews › Rob Barel

Rob Barel

THE BIG BOSS

Interview Rob Barel

Deel 2

 

De afgelopen maanden heb ik als een soort biograaf in het sportieve leven van Rob Barel zitten wroeten, en ben aardig wat over de sportman te weten gekomen. Daarnaast heb ik regelmatig lange telefoongesprekken met hem gevoerd en heb het interview in twee aparte sessies bij hem thuis in Overberg gehouden. Aan het eind van het eerste interview ben ik ook nog eens met hem naar zijn wekelijkse ATB-training in de bossen van Rhenen en Veenendaal geweest. Wat in al die uren en momenten is blijven hangen, is dat Rob Barel een geweldige sportman is (nog steeds) die ondanks al zijn successen zichzelf is gebleven: een vreselijk aardige kerel. Ondanks mijn beperkte interviewvaardigheden – het leek een eeuwigheid voordat het helemaal gereed was – heb ik het als een zeer plezierige periode en leerzame ervaren.

 

NICE

 

In Nice ben ik in totaal 13x gestart. Dit hoge aantal werd niet slechts veroorzaakt door het vaak hebben van de WK-status. Het was altijd een evenement met uitstraling, goede sponsors en niet ver weg (1300 km, goed te doen met de auto). Ik ben alle keren uitgenodigd, dus deelname was kosteloos. Wat daarnaast ook erg opviel, was het goede prijzengeld. Bij de meeste vergelijkbare wedstrijden kon je wat geld winnen tot en met de vijfde stek, in Nice was dit altijd t/m de vijftiende. Ik heb hier dus altijd goed verdiend, want de zesde plaats was mijn slechtste resultaat. Verder heb ik drie keer weten te winnen (waarvan een keer een WK), werd ik vier keer tweede en vijf keer derde.

Het parcours is schitterend (geen echte cols, maar een continue op en neer gaan van zeeniveau tot ± 600m hoogte) en ligt mij duidelijk erg goed, getuige het eerste jaar (1985). Dat jaar fietste ik erg matig. Ik kende het parcours niet en nam de bochten heel slecht, maar wist toch al derde te worden.

Het deelnemersveld was hier altijd erg sterk, aangezien de wereldtop van de korte afstand op deze afstand ook goed uit de voeten kan. De afstanden: 3 km zwemmen, 120 km fietsen en 30 km hardlopen.

 

Aan de ene kant is het jammer om een fenomeen als Mark Allen tijdens je carrière tegen te komen, want in Nice trof ik hem tien keer en alle keren wist hij de eindzege te behalen. Nee, ik legde me niet bij voorbaat al neer bij een overwinning van hem, ik deed elke keer weer een poging om hem te verslaan en wist regelmatig de achterstand beperkt te houden. Ik vond het overigens wel prachtig om tweede achter zo’n wereldtopper te worden (Mark Allen wist overigens ook Hawaii zeven keer winnend af te sluiten).

 

 

BIOGRAFIE ROB BAREL

 

1976 was op 19-jarige leeftijd mijn topjaar in het zwemmen, omdat ik in dat jaar al mijn PR’s wist te verbeteren (op alle slagen en afstanden m.u.v. de schoolslag). Ik had echter al wel door dat de echte top voor mij niet haalbaar was. Ik ben nog wel doorgegaan tot ’79, maar zwemmen is toch vooral een jeugdsport (dit blijkt ook wel uit het feit dat je al Master bent in de categorie 25+, waarin ik overigens nog wel Nederlands Kampioen ben geweest). Op een gegeven moment kreeg ik door dat ik lopen ook wel heel erg leuk vind.

 

Ik heb altijd geheel zelfstandig financieel kunnen rondkomen van wedstrijdpremies en sponsoring, zelfs volledig voor twee personen. Helaas niet voor de lange termijn, vandaar dat ik na mijn actieve carrière part-time werk heb gezocht. In de actieve periode kon ik met de inkomensgarantie van het NOC/NSF (de zgn. A-status: toen 1400 gulden netto), sponsoring, een onkostenvergoeding en een Olympische auto van VW voorzien in ons levensonderhoud. Het prijzengeld stelde mij in staat om van het ene naar het andere evenement te reizen. In het topjaar 1994 (o.a. wereldkampioen Lange Afstand in Nice) liepen die inkomsten zelfs op tot fl. 160.000,= en kon er zelfs reserve gekweekt worden voor de magere jaren, zoals de kwalificatiejaren voor De Olympische Droom. Dit kostte hem deelname aan de lucratieve evenementen, want de halve wereld werd bezocht tijdens de “verplichte” World Cups, waar kwalificatie afgedwongen kon worden. Als bioloog had hij in al die jaren wel het drievoudige kunnen verdienen, maar dat is nooit een keuze geweest. ‘Dan had ik nooit zo’n avontuurlijk bestaan gehad. Meer nog dan geld is geestelijke rijkdom belangrijker. Met mijn vrouw Cora ben ik op alle denkbare plekken in de hele wereld (Barel is in 31 verschillendde landen in een wedstrijd gestart, red.) geweest, en heb daar ontzettend veel vrienden en kennissen opgedaan, dat zou als bioloog in dienst van een academisch onderzoeksinstituut nooit zijn gelukt.

 

De bondscoaches hebben maar weinig invloed op mijn programma en prestaties gehad. Ik heb het altijd zelf gedaan. Ik was zelf verantwoordelijk voor alle trainingsschema’s. Ik heb met het verstrijken der jaren zoveel ervaring opgedaan dat ik zelf wel wist wat goed en niet goed was, hoeveel ik wel en hoeveel ik niet kon doen. Ik heb me altijd wel laten adviseren door heel veel mensen, maar ik was uiteindelijk zelf degene die besliste. De kunst is dan natuurlijk wel je open te blijven opstellen, dat je niet denkt dat jij alleen de wijsheid in pacht hebt.
Ik heb nooit een echte trainer gehad, omdat ik geloof dat er geen trainer is die kan voelen wat ik voel. Alleen ik weet wanneer iets meer of iets minder kan. Dat werkt veel beter dan bloedonderzoeken, computers en weet ik veel wat. De wetenschap is best een belangrijk hulpmiddel, maar er is niets nauwkeuriger dan je eigen gevoel over je eigen lichaam. Natuurlijk wilde ik een zeker houvast hebben: hoe hard moet ik gaan en wat is optimaal? Hoe krijg ik in zo weinig mogelijk tijd zoveel mogelijk trainingseffect? Ik ben steeds op zoek geweest naar de beste manier. Een van mijn sterke punten was altijd dat ik constant twijfelde aan mijn trainingsopbouw, dat ik bijschaafde en evalueerde. Pas rond de helft van de jaren ‘90 ben ik daar wat rustiger in geworden. Toen pas wist ik wel zo ongeveer wat goed voor me was’.

 

‘Mijn grootste fout in de beginperiode als ik daar nu op terug kijk? De sport stond vanaf het begin in de aandacht omdat het gekkenwerk was. Dat was niet alleen het idee bij de mensen, ook bij de atleten werd er zo over gedacht. Om dat imago te bevestigen vertelden die elkaar hoeveel uren ze er wel niet voor moesten trainen. Daarin ging je vanzelf mee; het zal wel zo horen, dacht ik dan. Zes uur per dag trainen, iedere dag. Ik weet nog goed dat ik me voor de klassieke triathlon van Almere van 1984 helemaal suf had getraind, omdat ik steeds het idee had niet genoeg gedaan te hebben. Ik sliep al wekenlang niet best, dus ik dacht: ik moet nog harder aan de gang, zodat ik nog vermoeider ben en dus beter zal slapen. Bleek natuurlijk onzin, ik sliep steeds slechter. Eigenlijk wisten we toen nog maar heel weinig, we pionierden’.

 

‘Hoe ik de successen op hogere leeftijd op de kwart verklaar (i.p.v. zoals gangbaar op de hele)?
De mogelijkheden die de mens op latere leeftijd heeft worden onderschat. Het aftakelingsproces is iets dat je wordt aangepraat. Als het niet sociaal is, dan wel biologisch.
Het verschil tussen een Olympische en een hele triathlon is eenvoudig uit te leggen: je gaat vaker in het rood. Toevallig heb ik dat altijd goed gekund. Met de leeftijd en die lange afstanden is dat wel wat minder geworden – het dieseleffect – maar ik hou eigenlijk meer van de training op het korte werk. Maar ik loop slechts een minuut minder snel dan vroeger. Ik merk wel dat het moeilijker terugkomt.

‘De heuvelachtige omgeving van Overberg/Amerongen heeft ook wel bijgedragen tot mijn successen, maar dan meer in de zin dat trainen in de heuvels en bossen voor variatie en trainingsplezier hebben gezorgd. Vlakke trainingen zijn juist goeie trainingen. Kijk maar hoeveel toppers Nederland in het wielrennen heeft geleverd, dat komt juist doordat ons land zo vlak is. En van Overberg tot aan Nijkerk had ik dus een prima (vlak) trainingsgebied’.

 

‘Persoonlijk vond ik in Nederland de Eilandentriathlon (Vinkeveen) en The Beach Challenge (Scheveningen) de leukste evenementen. Allebei wedstrijden met een leuk, gevarieerd en uitdagend parcours. In het buitenland was dat de triathlon van Schliersee in de Duitse Alpen. Hier niet alleen vanwege het parcours, maar ook door de feestelijke pasta-party vooraf en de gala-achtige prijsuitreiking na afloop’.

 

DE ANDERE TOPPERS VOLGENS BAREL

Frank Heldoorn : in mijn ogen nog steeds een heel groot talent, is door een maatschappelijke keuze volgens mij veel te vroeg gestopt en had, denk ik, nog lang niet zijn internationale top bereikt.
Jan van der Marel : heeft 7.51 uur op de hele staan, fantastisch. Is dit jaar in Rotterdam gefinisht in 2.30 uur en is in mijn ogen de absolute favoriet als hij zonder verdere voorbereiding in Almere zou starten. Hij heeft zich echter te weinig in buitenlandse wedstrijden laten zien om te kunnen stellen dat hij de echte wereldtop heeft gehaald. Zijn tijd van 7.51 is van absolute wereldklasse en hij had het ook wel in zich om de wereldtop te kunnen halen, maar echte wereldtop bereik je alleen maar in onderlinge strijd tegen de wereldtoppers.
Mark Koks : ook heel all-round en een oogstrelende loper. Zo lichtvoetig, dat kan ik echt niet benaderen. Maar door complicaties een veel te korte carrière.
Benny Vansteelant : is natuurlijk heel erg goed. Maar verdient bij mij extra ontzag voor zijn aanvallende manier van fietsen, terwijl hij de wedstrijd op het lopen zou kunnen afmaken. Hij bewijst telkens weer dat een duathlon ook op de fiets kan worden gewonnen. Moet ongelooflijk veel vertrouwen in zichzelf hebben. Ik denk dat het, ondanks dat iemand 3 jaar lang achter elkaar onverslaanbaar is, goed is voor de sport dat er zo iemand is. Het is echt een fenomeen waar het publiek op af blijft komen, ondanks dat wedstrijden misschien voorspelbaar worden. Golf is Tiger Woods, tennis is Pete Sampras en duathlon is Benny Vansteelant. Vroeger zei atletiek mij niets, maar door Sebastian Coe en Steve Ovett begon dit juist voor mij te leven.
Dave Scott : is een heel belangrijk voorbeeld voor mij geweest. Sterker, hij bezorgde mij de inspiratie om met de sport te beginnen. Hij had een paar keer Hawaii gewonnen en had bewezen dat dit kon zonder slijtage. Daarnaast is het een vriendelijke en open persoonlijkheid. Ik ben niet iemand die idoliseert, maar Dave Scott was een bijna
-idool. Hij was een specialist op Hawaii, in Nice heb ik hem eindelijk weten te verslaan.
Axel Koenders : een perfectionist. Deed altijd geheimzinnig op het gebied van zijn materiaalontwikkeling. Sommige van zijn ontwikkelingen bewonderde ik, op sommige punten dacht ik: ‘man, doe gewoon.’ Er waren uitvindingen, die sloegen helemaal nergens op. Typisch voor Axel was dat hij zich helemaal afzonderde van de andere profs (in tegenstelling tot de Amerikanen, die altijd samen trainden). Bij Axel was het de eenling tegen de rest. Ik zie hem tegenwoordig nog regelmatig in zijn hoedanigheid als adviseur van Joop Alberda (NOC
NSF) op het gebied van duursporten.
Gregor Stam : de echte pionier van de triathlonsport. Gregor bestond voor 90% uit wilskracht en voor slechts 10 % uit talent. Het heeft hem heel veel moeite gekost om de top te bereiken. Uiteindelijk kostte het hem teveel moeite om bij de top te blijven en met de ontwikkelingen mee te gaan. Voor zijn discipline in trainen had ik heel veel bewondering.
Ralph Zeetsen : leuke afsluiter, want precies het tegenovergestelde van Gregor: 90% talent, maar helaas slechts 10% doorzettingsvermogen. Trieste ontwikkeling doorgemaakt van supertalent die totaal mislukt is. Had ook vooral met zijn omgeving te maken, die hem voortdurend de hemel in prees. Hierdoor is er gemakzucht ingeslopen (en verzadiging). Het is overigens voor hem nog niet te laat om terug op niveau te komen.

 

 

 

DE TRIATHLONTOEKOMST

‘De ontwikkeling van de ATB in de (winter)triathlons vind ik een hele goede, want hierdoor heb je minder stayerproblemen. Door in iemand zijn wiel te blijven zitten heb je slechts een gering voordeel, aangezien je direct voor je niets ziet. Door ATB op te nemen in het wedstrijdonderdeel krijg je weer wedstrijden te zien zoals oorspronkelijk opgezet: individueel. De recht-toe-recht-aan-triatleet moet overigens wel leren sturen. Ik beschik voor een triatleet als een van de weinigen over een bijzonder goede stuurkunst, maar voor een ATB-er ben ik een knuppel. Er valt dus nog heel wat te leren’.

 

‘Of je mij nog wel eens ziet verschijnen in een functie bij de NTB (zoals Gerard Nijboer bij de KNAU)? Jawel hoor, waarom niet? Na Sydney was ik hier al wel voor gevraagd, maar ik had me voorgenomen een jaar helemaal niets te doen. Hierna heb ik nooit meer iets van de bond vernomen. Jammer, want ik ben er nu wel klaar voor om wat te kunnen betekenen voor de bond, ook al heb ik op sommige punten een wat afwijkende visie. Een voorbeeld? Ik vind dat er in wedstrijdsport moet worden geïnvesteerd. Daarbij dient er maatwerk te worden geleverd voor de ontwikkeling van de wedstrijdatleten. Je moet niet de atleten volgzaam laten zijn aan het beleid. Een sporter die goed gedijt in zijn eigen omgeving kun je ook vanuit de bond begeleiden ondanks zijn trainingen bij zijn eigen vereniging’.

 

‘Op dit moment begeleid ik drie jonge ATB-ers en drie triatleten: Huib Rost; Mariska Kramer en Robert van der Werff. Ik vind het heel erg leuk om te doen, maar ik ben door hen gevraagd. Vanwege beperkte tijd ben ik niet met actieve werving bezig’.

 

‘Ik denk dat de toekomst voor 2 hele triathlons in Nederland heel moeilijk gaat worden. Ik denk toch dat Nederland hier uiteindelijk te klein voor is. Vroeger, in de succesvolle periode, zijn hier al wel plannen voor geweest, maar die hebben het niet gehaald. Ik denk dat er te weinig deelnemers zijn die de belangstelling én het vermogen hebben om allebei de wedstrijden te doen. Door de niet te vermijden splitsing denk ik dat het uiteindelijk voor allebei de evenementen langzaam minder zal worden’.

 

DE OLYMPISCHE SPELEN

De lange triathlon werd na verloop van tijd naar de achtergrond gedrongen, niet alleen bij het publiek, ook bij de triatleten zelf. Dat gebeurde vanaf 1994, het jaar dat de kwart-triathlon – 1,5 km zwemmen, 40 km fietsen en 10 km hardlopen – de Olympische Status verwierf. Veel jonge triatleten, die nog nooit een hele triathlon hadden afgelegd, gingen zich specialiseren op deze discipline.

Barel dacht juist niet aan de Spelen. ‘Eén procent kans dat ik dat evenement nog meemaak’, zei hij in die jaren. ‘Ik ben in 2000 immers 42 jaar. Laat anderen, een jongere generatie triatleten, maar om het eremetaal strijden’. De olympische gedachte kreeg pas in 1998 vat op de sportman uit Overberg. Andere Nederlandse triatleten, waaronder Dennis Looze en Eric van der Linden, waren al twee jaar bezig om punten te verzamelen voor het olympische evenement. ‘Ik kon in 1995, 1996 niet overzien hoe mijn lichaam zich over een periode van vier jaar zou ontwikkelen’. Daarbij kwam dat in die jaren de triathlonbond (NTB) beleidsmatig voorbij ging aan de Spelen in Sydney. Pas in 1998 kwam daarin verandering. Met financiële steun van NOC/NSF kon de toenmalige bondscoach Louis Delahaye een omvangrijk olympisch project ontwikkelen, waarbij wetenschappelijke ondersteuning, trainingskampen en kostbare hoogtestages mogelijk werden. ‘Ik ben daar op geen enkele wijze bij betrokken. Dat stak behoorlijk. Klaarblijkelijk bestond het idee dat de oude Barel al was gestopt. Misschien waren ze daar ook wel blij om, ik heb mijn kritiek jegens de bond namelijk nooit onder stoelen of banken gestoken’.
Barel reageerde getergd. ‘Misschien was ik anders in 1998 wel gestopt, maar nu wilde ik laten zien dat ik er nog wel degelijk bij hoorde. Ik nam me voor om de Sydney-selectie te halen, dat werd mijn hoofddoel. Volgens sommigen een onmogelijke missie, maar ik laat me niet zomaar afschrijven’.

De triatleet zocht elke wedstrijd op waar ook leden van de olympische selectie actief waren. ‘En als ik van ze won, liet ik dat verbaal weten ook. Vantevoren zei ik de jongens dat het niet persoonlijk was, maar dat ik het nu eenmaal niet met het beleid eens was. De bondscoach had daar op een gegeven moment zo de balen van, dat het voor iedereen het beste was om mij in de selectie op te nemen…

Natuurlijk was het op zich ook logischer om in jonge jongens te investeren dan in een ouwe veteraan. Dat laatste geef ik grif toe. Maar laat die ouwe man dat zelf dan bepalen, nu was het voor bond en bondscoach vantevoren al min of meer een afgedane zaak. Dat heeft me enorm geprikkeld en door in de selectie te worden opgenomen heb ik mijn gram gehaald’.

 

De afsluitende anekdote van dit interview geeft eens te meer de gedrevenheid van de sportman Barel aan. De eeuwig experimenterende triatleet verkreeg nationale bekendheid toen bekend werd dat hij al tijden gebruik maakte van een onderdruktentje, dat gewoon thuis in de slaapkamer stond. Samen met echtgenote Cora bracht hij de nacht door in het uit Amerika afkomstige tentje dat extra rode bloedlichaampjes aanmaakt. Normaal schommelde zijn hematocrietwaarde tussen de 38 en 45, in de voorbereiding op de OS kwam de waarde niet meer onder de 42. Hogere pieken dan 45 kwamen niet voor, maar door het gebruik van de tent werden de dalen minder diep. Het bleek een prima aanvulling op de hoogtestages. Oh ja, de extreem hoge kosten betaalde hij uit eigen portemonnee.

 

 

Algemene informatie »
Verzekeringen »
Contributie
Bestuur / Commissies
Verkeersregelaars
Vacatures
Clubkleding
Aanmeldingsformulier
Algemene informatie
Ledenvergaderingen
Nieuws
Nieuwsflits »
Nieuwsarchief
Algemeen »
Techniek »
Interviews »
Medisch »
Helden »
Menu vd maand »
Wedstrijdverslagen »
Bike-vakantie in het Zwarte Woud
Boekbespreking: Ard Schenk (Biografie)
Boekbespreking: Jacco Verhaeren (TOP-Coaches)
Boekbespreking: Joop Zoetemelk
Boekbespreking: Marc Herremans 1
Boekbespreking: Zwemmen (Nicola Keegan)
De Keiler in Nunspeet
Fietsexpeditie Siberië
Fietsvakantie Frankrijk - Marjolein Bos
Fietsvakantie Santiago - Anita Schouwaert
Giromania !!
Hardlopen samen met een blinde loper
Mount Ventoux beklimming Louis & Stefan Doorn
Ode aan Marco Pantani
Rien en de Fietsgoden
Skiken met Ingrid Munneke
The Desert Run
Trainingskamp XXL
Trans Alp ATB - Michiel & Marion
Vancouver - trainingskamp
Weissensee - Tonny van Vliet
Zwemanalyse in de Tongelreep
Trainen met de hartslagmeter
Bram Som
Edith van Dijk
Erica Terpstra
Gregor Stam
Kees Vaneman
Leen Pfrommer
Lidia van Bon - WK Masters zwemmen
Mieke Smit
Rob Barel
Afvallen - Mascha Spoor
Overgang en trainen - Mascha Spoor
Piriformis syndroom- Mascha Spoor
Bert Flier
Bruce Lee
Eric van der Linden
Jean Nelissen
Johan Neeskens
Wilco van den Akker
Wilfried de Jong
Gehakttaart met nasikruiden - Joke Lof
Spinaziepannenkoek - Paul Lindeboom
Fietsen
Lopen
Triathlon
zwemmen
Algemene informatie zwemmen
Zwemtrainingen »
Zwemtrainer
Algemeen informatie fietsen
Racefiets trainingen »
ATB trainingen »
Fietsnieuws
Fietstrainers
Veiligheid bij fietstrainingen
Fietstrainingen
Algemene informatie lopen
LOKO Loopcompetitie
Loopnieuws
Looptrainers
Algemene informatie triathlon
Divisie team
Reglementen »
Wedstrijdreglement ITU
Reglement Organisatie Wedstrijden
Wedstrijdkalender TVZ
Route startlocatie Kaap Flevo
Route startlocatie de Parel
Clubrecords
Uitslagen »
Zwemmen
Fietsen
Lopen
Duathlon / Triathlon
Fotoalbums
You tube filmpjes
Contact
N.A.W.-gegevens van TVZ
Wachtwoord wijzigen
Wachtwoord vergeten?

Ogenblik a.u.b. ...